Jorien ter Mors plaatste zich zondag bij het KKT op de 1500 meter ook op de langebaan voor de Olympische Spelen. Eerder lukte dit mede door de naweeën van griep niet op de 1000 en 3000 meter, maar een shorttracktraining op haar vrije zaterdag deed wonderen.
Jorien ter Mors | Foto: Sander Chamid
Een terugkeer naar haar basis, het shorttrack, een dag voor de 1500 meter zorgde ervoor dat Ter Mors de teleurstelling van de 3000 meter weg kon spoelen.
“Gisteren ging de shorttracktraining top, ik reed een van mijn snelste ronden ooit op kop”, zei de 24-jarige schaatsster. “Aan het begin van de training was ik toch wat down, zei tegen Jeroen (bondscoach Jeroen Otter, red.) dat ik er geen zin in had. Maar het was heerlijk om weer te shorttracken en dat heeft me goed gedaan.”
Shottrack is altijd het hoofddoel geweest voor Ter Mors, maar toch was de opluchting groot nadat ze op de schaatsmijl met een derde plek een olympisch ticket had veiliggesteld op de langebaan.
“Langebaan is voor mij ook heel belangrijk, je wilt je doelen halen”, zei Ter Mors. “Na de drie kilometer was het toch wel flink balen, het deed me meer dan ik had verwacht.”
Eigen race
Ter Mors was nog niet top op de 1500 meter. Met 1.56,04 was ze ook een stukje langzamer dan haar persoonlijk record, waarmee ze in oktober Nederlands kampioene werd en bijna drie tellen trager dan winnares Ireen Wüst.
“Dit was niet de race die ik voor ogen had. We moeten het er maar mee doen. Het loopt gewoon echt niet en dan is het vechten om snelheid te maken. Als je fysiek niet goed bent, is de 1500 meter een hel om te rijden.”
Het belangrijkste was echter de plaatsing voor Sotsji. “Het is heel fijn dat het nu gelukt is.”