Met een tijd van 1.54,88 reed Jorien ter Mors in de B-groep van de Essent ISU World Cup in Berlijn een nieuw baanrecord. Maar liefst 0,66 seconden dook ze onder het oude record dat gedeeld werd door Anni Friesinger en Christine Nesbitt. “Het kan nog wel harder”, stelde ze na afloop.

Jorien ter Mors | Foto: Soenar Chamid
“Als ik kijk naar de eerste 300 meter, dan wilde ik nog iets te graag, was ik iets te gretig.” Toch moest Ter Mors toegeven dat er in feite weinig aan haar race schortte. “Het was een goede rit. Ik had met Jeroen Otter afgesproken dat ik niet volle bak zou starten, maar hard op techniek. Dat ging goed. Het verval daarna was mooi constant.”
Ter Mors had in haar rit geen tegenstandster. De Canadese Kaylin Irvine had zich vlak voor de race teruggetrokken. Hierdoor stond de Nederlandse er alleen voor. Ze liet zich er niet door van de wijs brengen. “Ik kon er zelf niets aan veranderen”, stelde ze nuchter. “Ik had natuurlijk liever tegen iemand gereden, maar je moet uiteindelijk toch zelf hard rijden.” En hard ging ze. Nog niet eerder was Ter Mors zo snel. Ze dook een seconde onder haar oude persoonlijke record.
Snelste van de dag
Net als op de 3000 meter van vrijdag had Ter Mors de snelste tijd van de dag. Winnares van de A-groep, Ireen Wüst, bleef bijna een halve seconden erboven steken. Ondanks het feit dat Ter Mors haar snelle tijden niet in de A-groep heeft kunnen rijden, is ze blij om de World Cups te rijden. “Ik geniet ervan om hier te staan.”
Ze heeft in Duitsland de mogelijkheid om haar tegenstandsters te observeren en van ze te leren, want al rijdt Ter Mors hard, ze voelt zich nog onervaren als langebaanschaatsster, zeker wanneer het om wedstrijdvoorbereiding gaat. “Ik rijd normaal zes keer op een dag. Dan probeer je juist energie te sparen, nu hoef ik maar één keer.”
Concurrenten
Inmiddels is Ter Mors onder haar tegenstandsters meer dan bekend. “Mensen weten donders goed dat ik een shorttrackster ben die ook hard op de langebaan rijdt. Sommigen vinden dat mooi, anderen zien me vooral als concurrent”, vertelde ze. “En niemand ziet graag zijn concurrent sterker worden.”
Of haar sterke tijd in Berlijn ook al wat belooft voor de Winterspelen durft Ter Mors niet te zeggen. “Ik heb nog nooit in Sotsji op de 400-meterbaan gereden, maar ik weet wel wat er mogelijk is, maar dat is ook afhankelijk van het moment”, zei ze. “Maar alles kan.”
Shorttracken
Ter Mors komt zondag nog in actie op de team pursuit. Daarna richt ze zich enkele weken op de langebaan om in goede vorm aan het KNSB Kwalificatietoernooi (KKT) te kunnen beginnen. Na het KKT stapt Ter Mors weer over op de shorttrackbaan.
Begin januari rijdt ze het KPN NK Shorttrack. Het Essent ISU EK Allround is geen optie voor haar. “Het is belangrijker om in het shorttrack meer race-ervaring op te doen zo vlak voor de Spelen. Daar is tactiek zoveel belangrijker. Dat is op de langebaan veel minder.”