Omdat de Essent ISU World Cup in Berlijn de eerste van haar seizoen was moest Jorien ter Mors in de B-groep de drie kilometer rijden. Dat was een mentale uitdaging voor de shorttrackster. “Dat was moeilijk. Het was bij voorbaat een B-finale”, stelde ze.

‘Het moeilijkste is het starten op de langebaan’ | Foto: Sander Chamid
“Ik ben gewend om altijd mee te rijden voor het hoogst haalbare”, vertelde Ter Mors. “Het was niet wat ik graag gedaan had, maar vandaag was dit het hoogst haalbare”, zei ze over het winnen van de B-divisie.
Ze reed met 4.02,23 een nieuw persoonlijk record op de 3000 meter, maar dat deed haar weinig. “Ik ben daar niet heel erg mee bezig. Het kan waarschijnlijk ook nog wel een stuk beter. Ik was alleen bezig met mijn eigen race, met mijn techniek.”
Starten
Dat is voor Ter Mors de grootste uitdaging: het wisselen tussen langebaan en shorttrack, alhoewel de schaatsslag zelf daarbij niet het grootste probleem is. “Het moeilijkste is het starten op de langebaan”, zei ze. “En in de laatste twee ronden verloor ik wat snelheid. Met de verzuring in de benen de techniek vasthouden is dan lastig. Dat is een stukje ervaring dat ik mis.”
Afgelopen maandag nog reed ze haar laatste shorttracktraining in Thialf. Vanaf dinsdag staat ze pas op haar klapschaatsen. Dat is niet te kort, legde ze uit. “Op de Olympische Spelen zal ik elke dag moeten switchen.”
Spioneren
Op haar eerste langebaanwereldbekerwedstrijd van het seizoen draait het voor Ter Mors niet alleen om haar races, maar ook om die van haar concurrentes. Coach Jeroen Otter: “Ik ga hier straks goed kijken hoe de concurrentie zich voorbereidt. Een beetje spioneren, ja.”
Ook Ter Mors denkt nog veel te kunnen winnen door de tegenstandsters goed te observeren. “Ik ga zeker kijken wat iedereen doet. Het is toch nog wat onbekend voor mij. Normaal kom ik om acht uur de baan op en ga ik om acht uur ‘s avonds weer weg. Nu is het maar één race. Het is goed om te kijken hoe de rest dat doet.”