Met één been in Sotsji


Met een bronzen plak bewezen de shorttrackmannen zondag in Turijn dat er rekening met ze gehouden moet worden op de aflossing. De derde plaats betekent bovendien dat ze met één been in Sotsji staan. De ploeg verzamelde zoveel punten, dat het bij het tweede olympisch kwalificatietoernooi in het Russische Kolomna volgende week bijna niet meer mis kan gaan.

Niels Kerstholt | Foto: Huub Snoep

Niels Kerstholt | Foto: Huub Snoep

Ook de shorttracksters zetten in Turijn een belangrijke stap richting de Olympische Spelen. Jorien ter Mors, Rianne de Vries, Sanne en Yara van Kerkhof wonnen de B-finale en verzekerden zich daarmee van de vijfde plaats.

De beste acht teams, inclusief gastland Rusland, in het klassement van het olympisch kwalificatietoernooi in Turijn en het toernooi in Kolomna volgend weekend, strijden in februari om olympische eer. “Dit geeft rust”, stelt Sanne van Kerkhof, de oudste van de twee zusjes in de ploeg. “Maar we zijn er nog niet, we moeten die focus nog even vasthouden.”

De mannenploeg is inmiddels een gerenommeerd team als het om de aflossing gaat. Daan Breeuwsma, Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt en Freek van der Wart sloten vorig seizoen af als de nummer twee van de wereld en brachten van de laatste twee wereldkampioenschappen een bronzen en een zilveren plak mee naar huis. Het is het onderdeel waarop de Nederlandse mannen vooral inzetten. Het onderdeel waarop ze hoge ogen willen gooien in Sotsji.

Machtig mooi

Kerstholt vindt de aflossing een machtig mooi spel. ”Het gaat schuiner, er is meer actie, meer chaos en het publiek staat meer op zijn kop. Het spat er echt van af”, legt de dertigjarige shorttracker uit.

Ook Freek van der Wart geniet van het teamonderdeel. ”De aflossing is het mooiste wat er is. Je laat zien dat je als land de beste bent, baas bent in het shorttrack. Ik denk dat je in de relay alles moet beheersen. Snelheid, tactisch inzicht, behendigheid en techniek.”

Als oudste rijder van de ploeg stelt Kerstholt teamsucces boven een individuele olympische plak. ”Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk ga ik uit mijn dak als ik een medaille win. Maar dat is een weg die ik individueel heb gelopen. En een medaille verdien je niet alleen.”

Liever zou Kerstholt, die in februari aan zijn derde Olympische Spelen begint, de route die in 2006 ingezet werd, beloond zien worden. “Toen begon het met al die broekies, die nu mannen zijn”, kijkt Kerstholt terug.

Hoger niveau

De zesvoudig nationaal kampioen is ervan overtuigd dan de andere rijders van hem een betere schaatser hebben gemaakt. Een brede groep met sterke en snelle schaatsers betekent trainen op een hoger niveau en druk van onderaf. Op de kleine ijspiste heb je elkaar nodig om een sterkere shorttracker te worden.

“Je bent al jaren met elkaar naar iets aan het toewerken. De weg is heel mooi, maar het wordt nog mooier als je dat kan bekronen”, legt Kerstholt uit. “Het is meer dan de vier jongens die hier op het ijs staan. Koen en Chris (Hakkenberg en Bökkerink, red.) lopen hier rond, Jeroen (Sonneveld, red.) zit thuis. Dat zijn hele goede krachten binnen ons team, die het niveau omhoog halen. Van iedereen kan je wat leren.”

Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Toch lijkt de aflossing voor de Nederlandse shorttrackers de kortste weg naar een medaille.

“We gaan voor goud in Sotsji. Daar zijn we op gefocust”, stelt Van der Wart. “Als ik ‘s nachts in mijn bed lig, dan droom ik niet van brons. Maar als we alles eruit hebben gehaald en we worden geklopt door een team, of twee teams, dan heb ik daar vier dagen later misschien vrede mee.”